Naar de scheepsliften Terug Hoofdpagina De Maas 

Door Charleroi en de Sambre

We worden erg vroeg wakker (gemaakt door B.) en besluiten nog een eind te gaan fietsen langs het oude kanaal tussen Ronqiuères en Seneffe, want dat schijnt erg mooi te zijn. We twijfelen nog even of we eerst aan het brakke steigertje bij de waterskivereniging zullen gaan liggen maar ik durf het niet aan omdat daar ook geladen schepen langs komen en we niet helemaal goed gekeken hebben hoe wrak het eigenlijk is. Bovendien is het volgens de kaart 2 á 3 km, dus dat lijkt te overzien.
De fietspaden, die er gelukkig wel zijn, lopen echter dusdanig om dat het 45 minuten duurt voordat we met de fiets bij het steigertje zijn. Het humeur van de hele familie is inmiddels gedaald tot beneden het vriespunt en we gaan bijna terug. We besluiten nog door te fietsen tot Seneffe, daar koffie te drinken en dan weer terug naar het bootje te gaan, want als dit al 45 minuten duurt dan is Ronquières helemaal te ver.
Eenmaal aangekomen in Seneffe is het pas 10:15h, dus nog nergens koffie te krijgen. We vinden het oude kanaal en een fietskaart en besluiten dan toch maar een klein stukje (5km vogens de fietskaart) langs het kanaal te fietsen tot het dorpje Arquennes en dan maar daar koffie te drinken.
Het oude kanaal blijkt erg mooi. De sluisjes zijn volgestort met een betonnen gootje en zo veranderd in een soort van vistrap/watervalletje, overal zijn waterplanten en vogels en het kanaal kronkelt heel mooi door het landschap omdat het de oude loop van de Senne volgt, en hier en daar de hoogtelijnen.
figuur fotos/eindelijkkoffie.jpg Leuk terrasje in Arquennes.
In Arquennes vinden we na enig zoeken een leuk cafeetje met lekkere koffie. Het algehele humeur is inmiddels al weer flinkgestegen en na de koffie besluiten we toch nog maar ietsje door te fietsen omdat er op de kaart nog een Chateau de la Rocq staat een eindje verder langs het kanaal. We moeten een déviation volgen  [10]  [10] Als er hier een omleiding is dan zetten ze wel een bordje ’déviation -->’ bij de versperring maar verder nergens vervolgbordjes, dus verder zoek je het maar uit.en we komen uit op een soort bospaadje langs de andere kant van het kanaal, maar er staan gelukkig roodwitjes van een wandelroute, dus het loopt in ieder geval niet dood.
Eenmaal aangekomen bij het toegangshek van het kasteel blijkt het proprieté privé te zijn, dus we fietsen nog een ietsiepietsie verder om een glimp ervan op te vangen tussen de bomen. Het blijkt een romantisch stoer kasteel te zijn, half verscholen achter de struiken. We fietsen, nu echt nog maar een klein stukje, door tot de eerste sluis om nog een mooie foto te maken en kijken daar op de kaart.
figuur fotos/dichtesluis.jpg Dichtgemaakte sluis.
We zien dat we inmiddels bijna bij Ronquières zijn en besluiten dan maar helemaal door te fietsen en daar te lunchen en laten ons plan om om 14:00h te vertrekken maar varen. We lunchen in een soort wegrestaurant, amar wel erg lekker. Achterin het cafe staat een automaat met van die plastic eieren erin met foptandjes. Omdat Max die ook heeft wil B. er ook heel graag een. Wij vinden het goed op voorwaarde dat ze alles zelf regelt, dus zelf eerst een twee eurostuk gaan wisselen bij de ober (zeg maar „échanger s’il vous plaît”) en dan zelf het gaan halen. Groot succes. Ze slaagt met vlag en wimpel in haar missie. Ik vraag achteraf nog even bij de ober of ze nog s’il vous plaît had gezegd en de ober vertelde mij dat ze het heel netjes had gedaan, met eerst boesjoer, dan changer s.v.p. en aan het eind netjes ’merci’. Toch een goeie deal zo. B. blij met haar afzichtelijke tandjes en wij blij met onze welopgevoede dochter.
Mooie terugtocht langs hetzelfde kanaal en nog een stuk over een fietspad op een opgeheven spoorlijn en we zijn om 15:45h weer terug bij het bootje. Aangezien we voor ons gevoel nu aan de terugweg beginnen hebben we echt het maximum uit ons verste punt gehaald, dus tevreden starten we de motor om nog naar Gosseliers te gaan varen.
De gashendel van de motor blijkt losgeschoten, zodat de motor alleen stationair wil draaien, dus we knopen maar weer vast. Na enig zoeken vinden we een passend boutje en moertje en zetten de moer vast met een druppel 1 secondelijm. Om 16:20h vertrekken we dan toch nog voor onze vaardag voor vandaag. Het blijkt verdorie óók drie kwartier varen tot het brakke steigertje. En als we langs Seneffe komen zien we dat het scheepje waar we gister mee in de lift lagen en die ons uitgenodigd had om op hun vaste plekje langszij te komen prima bereikbaar vlak naast Seneffe ligt. Ik had in de taalverwarring begrepen dat je bij hun plekje niet met je fiets aan de wal kon komen maar ik denk dat ze mijn kromme frans verkeerd hadden begrepen. Jammer want het waren aardige mensen en we hadden achteraf dus beter hier kunnen overnachten. Maar dan hadden we ons heerlijke diner van gister weer gemist dus al met al is het zo ook goed.
Als weer terug zijn op het kanaal Brussel-Charleroi volgt een mooie tocht tussen de heuvels door. Het kanaal ligt de hele weg diep in het land dus het lijkt de waterscheiding, maar volgens onze kaart is de volgende sluis nog steeds stijgend. We komen om 19:30 precies aan bij Viesville en de sluis is al dicht. Er is warempel deel van de kade gereserveerd voor pleziervaart. Mooie rustige kade en mooi vlak voor Charleroi, zodat we morgen in één keer erdoor kunnen.
We camoufleren de zonnepanelen met plankjes en een zeil. Meer voor het geval we morgen ergens midden in Charleroi stranden dan omdat het hier nodig lijkt. Charleroi schijnt minder crimineel te zijn dan de buitenwijken van Brussel, maar wel heel arm en we hadden van een jacht spookverhalen gehoord over pubers die voor de grap stenen van de brug gooiden.
De sluis bij Viesville is inderdaad dalend, in tegenstelling tot wat de kaart beweert, dus dat is een beetje jammer (van de kaart). Onze grote overzichtskaart uit Weert laat het wel goed zien, dus die is toch ook nog ergens goed voor. In ieder geval was dit kanaalpand dus het hoogste deel van onze reis, hierna zakken we weer af naar laagland. Zo zijn we eerst vanaf Den Bosch de Maasvallei uitgeklommen en toen het Schelde stroomgebied weer in gezakt. Nu zijn we dus het Scheldegebied weer uitgeklommen en zakken we weer terug naar de Maas.
13-7-2013: We vertrekken ’s morgens in de vroegte om 6:15h. Mooi landschap maar naarmate je dichterbij Charleroi komt is er meer vervallen industrie. Tot de sluis van Marcienne-au-Pont is het landschap redelijk mooi en het water redelijk schoon. Daarna kom je in een soort wasteland terecht. Water vol met olie en plastic en enorme roestige industrie op de kanten.
figuur fotos/roestigefabrieken.jpg Staalfabrieken in Charleroi.
Als het kanaal Brussel-Charleroi in de Sambre uitmond is het helemaal een soort decor van een post-apocalyptische film. De Sambre is erg smal, en de uitmonding van het kanaal ook. De kruising is aan alle kanten omsloten door enorme hallen met enorme bergen schroot die door grote machines krijsend en knarsend in grote hellevuren worden gegooid. Enorme branders van een staalfabriek loeien met een donderend geraas, zo hard dat ons motorlawaai er bijna niet overheen komt. Alles, maar dan ook alles, is overdekt met een roodbruin roestlaagje. De grote hallen zijn opgebouwd uit roestende golfplaten die hier en daar loslaten. Het is zo waanzinnig dat het op een bepaalde manier wel mooi is, in ieder geval erg indrukwekkend.
Direct na de splitsing de eerste sluis van de Sambre, naast de loeiende staalfabriek. Ik zet de motor uit, maar het maakt geen verschil. We hadden gehoopt wat stroom mee te hebben op de Sambre, maar er is kennelijk weinig water, want het stroomt niet en de stuwen zijn dicht.
Na de staalfabrieken kom je door het centrum van de stad. Het centrum is na Brussel erg klein en ze zijn druk bezig met schoonmaken, dus het is er niet zo heel zwart meer. De Sambre is hier een soort betonnen goot met snelwegen erlangs.
Na Charleroi blijf je door de industrie varen, maar langzaam aan wordt het landschap mooier en heuvelachtiger. Ja gaat voortdurend onder oude roestige ongebruikte spoorbruggen door, allemaal mooi geklonken vakwerkbruggen. De meesten zien er slecht uit maar het heeft iets romantisch en als je een beetje door je oogharen kijkt kan je de 19e eeuwse bedrijvigheid bijna zien. We kruisen ook de hele tijd de nog wel werkende spoorlijn, dus we zien heel wat treinen passeren.
figuur fotos/samberbruggen.gif Heel. Veel. Bruggen.
Alles gaat redelijk voorspoedig, maar door het vroege opstaan, of misschien door het accent hier, kan ik de sluiswachters over de marifoon maar moeizaam verstaan. Open een gegeven moment liggen we klaar voor de sluis en er komt een groot schip aan. Ik vraag aan de sluiswachter of ik die eerst zal laten gaan, wat gebruikelijk is, en krijg een volledig onverstaanbare stroom rap waals terug. Ik vraag het nogmaals, met ’un peu lentement s’il-vous-plait’ erbij, maar dat mag niet baten. Ik snap er niks van. Ik vraag: „après ou avant le grand bateau?”, en de sluiswachter zegt „après!” dus ik ga aan de kant. Vervolgens zie ik het grote schip aanleggen aan de kade, dus we varen toch maar weer de sluis in. Uiteindelijk veronschudig ik mij voor mijn slechte frans en krijg als antwoord: „De rien, de rien, hoeglron flonfruboschalentissiarifloufirmaton! ghè, ghè, ghè!” Dus mijn excuses waren aanvaard en er werd om gelachen, maar ik heb echt geen idee wat er verder gezegd werd.
Bij sluis Auvelais na binnenvaart, en nog wat glazig oui, oui van mij als antwoord op overstaanbaar gepraat over de marifoon [11]  [11] Ik begin dat apparaat hier te vervloeken, de communicatie is zo ontzettend veel lastiger over zo’n apparaat dan als de sluiswachter gewoon naar je toe komt. In iedergeval kennen we nu de volgende termen: „Nous voudrons monter/bassiner svp” bij een sluis. „bateau de plaisance” jachtje. „bateau de commerce” beroepsvaart. „reculer/avancer” achteruit gaan vooruit gaan. „approcher” dichterbij komen. en iets onverstaanbaars wat klinkt als een vraag maar het betekent „wacht u maar af u wordt zo bediend”komt de sluiswachter naar ons toe: „Avez vous des papiers pour le bateau?”, „Oui, de papiers Wallon, Flamand et Hollandais!”, „Alors les papiers Wallon!”. Ik geef hem de papieren die ik in Ittre gekregen heben hij kijkt ernaar alsof ik hem een oude krant heb toegestopt. „Vous ’navez pas un reçu?”, „Oui! C’est ça!”. „Alor les papier Hollandais s’il vousplaît.” Ik geef hem ons ICP papier van de ANWB en de meetbrief. Hij geeft me het ICP meteen terug en neemt de meetbrief mee: „Ca c’est bon!” Vervolgens wenkt hij me mee het kantoor in. „Ou est le nom du bateau?” Hij zoekt in zijn computersysteem en vindt ons bootje inderdaad bij „Op hoop van Zegen”, aan de hand van ons naambordje wat „Op H/V Zegen” kon hij het kennelijk niet vinden. Vervolgens vergelijkt hij nauwkeurig alle maten uit de meetbrief met de maten in zijn systeem, die niet precies overeenkomen want in Ittre hebben ze ’ongeveer 10x3’ ingevuld ipv 10.77x2.85. Na een tijdje geeft hij me mijn papieren terug en wuift me zuchtend weg. Als we doorvaren hoor ik hem over de marifoon nog 3 andere schepen om papieren vragen, dus het is kennelijk een soort van checkpoint. Waarom dat ergens tussen Charleroi en Namen zou zitten is me een raadsel. Maar ja aan de andere kant doen ze hier meestal beduidend minder moeilijk over waar je moet liggen enzo dus ieder land zijn eigen soort bureaucratie.
Vlak voorbij Auvelais zien we een aanlegplaats. Ik vind het wel een mooi plekje, met veel groen en bloemen en vlinders en een mooie roestige spoorbrug erlangs, maar Edith vindt het er maar mistroostig langs de brokkelige betonnen kade. B. wil natuurlijk ook liever blijven, die wil altijd meteen blijven, dus we wijfelen en twijfelen. Ik loop een klein blokje om met B op mijn nek. Achter de bosjes is in de verte een mooi kerkje op een berg, maar dichterbij een parkeerplaats met roestige auto’s in verschillende staten van ontbinding of restauratie en overal glas en troep. B. vindt het er bij nader inzien toch niet leuk omdat er geen speeltuin is, dus we besluiten door te gaan en te proberen Namen te halen.
Het landschap is erg mooi. Drakenbos of ridderbos volgens Brechtje. De sambre is over de volle lengte van betonnen kanten voorzien, dus dat is minder mooi. Gelukkig zijn de betonnen kanten alweer aardig overwoekerd dus wel veel bloemen.
De sluizen van Mornimont en Floriffoux gaan erg vlot en we zijn zo mooi op tijd dat ik de motor terugdraai van een zeer lawaaierig 8 km/h tot een iets beter uit te houden 7km/h. We komen langs een prachtig aanlegplekje onderaan een groot klooster, maar er staat een groot bord ’verboden aan te meren’ bij. Waarschijnlijk zou het wel goed komen maar we zijn te moe voor confrontaties en nog steeds mooi op tijd voor de sluis dus we varen door.
Om 18:50 (de sluis draait to 19:30) komen we bij de laatste sluis, Salzinnes-Namur. De lampen van de sluis lijken uit, wat betekent dat de sluis dicht is, maar het is slecht te zien want we hebben lage zon achter. Edith ziet dat er nog een enkel rood licht is en probeert dat aan mij te gebaren door het gebaar voor rood licht te maken en haar duim erbij op te steken. Ik begrijp het verkeerd en denk „ha! rood-groen” En vaar richting de sluis, wat me op een scheldkannonade van de sluiswachter komt te staan, want die is een schip aan het opschutten en ik vaar voorbij de stopstreep. „Vouz soit reculer maintenant! Reculer reculer akteruut akteruut! Il y a un tres grande bateau dans l’ecluse!” Met veel paniek, terwijl ik mijn vergissing al bijna meteen had gezien en het bootje als stil had gelegd, op 40m afstand van de sluis, en aan het kijken was waar ik kon vastknopen. We varen een eindje terug en knopen vast aan de enige zichtbare bolder voor de stopstreep (de rest is overgroeid). Vervolgens duurt hetnog 20 minuten voordat het schip opgeschut is en naar buiten komt dus de paniek was ietwat overdreven. Ik bied toch omstandig mijn excuses aan en de sluiswachter draait wat bij „Het is niet erg, maar voor uzelf beter om uit de buurt te zijn met zo’n groot schip.”
figuur fotos/gestruikeldoverdelaatstesluis.jpg Voor de sluis...
Jammer genoeg is het inmiddels dus kwart over 7, en aangezien schutten een half uur duurt worden we niet meer geschut. De we stranden voor de laatste sluis. „Morgen om 9 uur bent u de eerste, knoop maar strak voor de sluis vast daar ligt u rustiger” zegt de sluiswachter (ik ben best trots dat ik dat nog kon verstaan in het frans over de marifoon). Net na ons komt een binnenschipper aan die nog achter ons gaat liggen. We hadden hem al zien laden in Charleroi en hij had ons daar al toegeroepen, grapjes makend over dat we zo aan het gillen waren over onze volle 10 meter om over de motor en de staalovens heen te komen. Hij beklaagt zich over de sluiswachter want binnenschippers mogen op de Sambre niet op zondag varen en op de Maas wel. Hij weet ons te vertellen dat er morgen rommelmarkt is in Namen.
14-7-2013: We gaan om 9:15 door de sluis. Kort maar mooi tochtje door Namen en we komen voor de tweede keer op de Maas. We steken een klein eindje op, weer weinig stroom dus daar gaan we ook weinig van merken als we straks gaan afzakken, onder de oude brug door en knopen vast in de jachthaven.
We bezoeken de rommelmarkt, het blijkt een leuke te zijn en we kopen nog wat kleren voor B. en nog zo wat dingetjes. Daarna gaan we op weg naar het centrum. We stranden al meteen op de landtong voor het kasteel, waar een bier en streekproducten festival aan de gang is. Op het festival is vrij harde muziek, maar achter het festival staat nog een klein spingkasteel naast een soort strandterras op de kade. We zitten er heerlijk in de zon en drinken lekker biertjes „Blanche de Namur”. B. springt zeer gelukkig de hele middag op het spingkussen tot er een paar wat te woeste kinderen komen die ze ook nog eens niet verstaat. Ze bestelt helemaal zelf „jus de pomme-cerise” die ze hier overal hebben en die B. erg lekker vindt.
figuur fotos/princesse.jpg une princesse.
We rijden alsnog het centrum in en kopen avondeten bij een supermarktje bij het station. Op de terugweg stranden we toch nog op het bierfestijn. B. wil zich voor het eerst ook laten schminken. De grimeuse schat in dat ze ’une princesse’ wil zijn dus dat is gelijk helemaal goed. Daarna vindt ze nog een kartonnen gouden kroon op de grond, dus dat kan niet meer stuk. We stranden weer naast het springkussen waar wat aardiger kinderen zijn. B. wordt enigszins onder haar hoede genomen door een wat ouder meisje met een roodharige broer, waar B. ook wel voor valt. Wij verbrassen onze laatste 10 euro (vergeten te pinnen) aan glaasjes ’Non peut être’ bier wat de lokale brouwer is die naast het springkussen staat. Er lekker gelukkig dus het is geen straf om daar te zitten.
Aan het eind als we naar huis gaan zeg B. enigszins zuchtend „Dat meisje komen we vast ook nooit meer tegen.” Later in bed nog grote tranen omdat haar prinsessenschmink er al bijna weer af is. Ik kan haar gelukkig troosten met de mededeling dat ik er een foto van heb, en dat ze het gewoon hetzelfde nog eens kan laten schminken. Op dat soort momenten herken ik echt vreselijk mezelf als kind.
15-7-2013: We blijven nog een dag in Namen en bezoeken de Citadel. Eerst de onderaardse gangen. Op zich wel leuk, maar omdat het meisje alles in twee talen moet vertellen een beetje lang en koud. Daarna doen we ook nog de ’middeleeuwse wandeling’. Op zich ook leuk, maar B. had zich meer iets muiderslot-achtigs voorgesteld en had haar kroon op gedaan en het was meer een semi-wetenschappelijke uitleg over hoe het kasteel er ooit uitgezien had, alleen van buiten. En dit keer 3 talig frans-nederlands-engels door een meisje wat een zeer zoekend nederlands spreekt dus het duurt erg lang. Daarna nog het toeristen treintje waar B. graag in wil. Dit keer echt een beetje suf. Als u hier links kijkt ziet u een pittoreske villa, als u hier rechts kijkt ziet u niks, maar vroeger was daar een bastion van het fort (en dan niks zeggen als we langs een bastion komen wat er wel nog is). En dat alles op een bandje in frans-nederlands-engels met een los contactje in de speker dat kraakt bij elke bobbel in de weg. Bovendien wordt het engels meestal afgekapt omdat het treintje te snel doorrijdt en het volgende item alweer begint.
In het restaurant van het kasteel staat jaren tachtig synthesizer muziek met een beat aan. B. zegt: „Wat een lieflijke muziek he? Lieflijk en mooi!”.
Onderweg zien we wel nog een soort superspeeltuin helemaal bovenop de berg met weer een springkasteel en skelters, kabelbanen, klimrekken, glijbanen en terrasjes voor de ouders. Als het treintje weer stopt op zijn beginpunt vraagt Edith aan de chauffeur de kortste weg naar de speeltuin. Die kijkt even bedenkelijk en zegt dat de speeltuin maar tot 18:00h open is. E vraagt toch wat de kortste weg lopend is en de man kijkt naar het teleurgestelde gezicht van B. en zegt :”wacht maar, ik breng julie wel even met de auto, want na 5 uur mag je er niet meer in.” Het is op dat moment 5 voor 5. De man scheurt ons in zijn eigen auto (met kinderzitje achterin, dus vandaar) naar de speeltuin en we komen nog net voor het hek dicht gaat binnen. B. weer zeer gelukkig in de speeltuin. We blijven tot sluitingstijd en lopen dan heel mooi door het park langs het citadel terug naar onze fietsen.
figuur fotos/avondwandelingvanafdecitadel.jpg Vanaf de citadel naar beneden.
We fietsen nogmaals naar de supermarkt, maar we zijn te laat want hij is inmiddels al dicht. Daarna komen opeens ook nog langs de kermis! We hadden vanaf het kasteel ’s middags al een reuzenrad gezien, maar dat stond de hele dag stil dus we hadden er niet meer aan gedacht. Het is een aangename kermis, met een zeer laag geluidsvolume. Misschien zijn de geluidsnormen hier strenger? Dat zou in Groningen ook wel zo mogen. Ze hebben kinderbotsautootjes, dus B. gata voor het eerst van haar leven in de botsauto’s en brengt het er lang niet slecht vanaf. Later wil ze ook nog in de waterbubbels, wat ze van het voorjaar in Groningen nog niet durfde. Ze vindt het ’leuk maar wel een beetje spannend’ zegt ze achteraf.
figuur fotos/reuzenrad.jpg In het reuzenrad.
In de jachthaven worden we twee keer herkend door mensen die ons eerder gezien hebben. Eerst een echtpaar waar we vanaf Den Bosch mee in de sluizen hadden gelegen en vervolgens bij Aarle-Rixtel op hetzelfde plekje overnacht hadden en daarna door een echtpaar waar we in Woudrichem nog naast gelegen hadden. Dat is het leuke van zo’n herkenbaar bootje hebben. Grappig genoeg hebben zij vannacht overnacht op het plekje waar wij bijna waren gaan liggen en hebben daar nog ons vergeten kopje op de kade zien staan. Jammer genoeg dachten ze dat het misschien van een visser was want ze hadden het bijna meegenomen, dat was helemaal grappig geweest.
De mensen naast ons zijn ook een slag apart. Wel aardig maar echt geen idee over andere bootjes lijkt het. We vragen ze hoe hard het bij Nijmegen stroomt omdat ze vertellen daar wel gevaren te hebben en we krijgen als antwoord: „heel hard, wel 6 á 7 km/h! Normaal vaar ik ongeveer 12 á 15 en daar haal ik wel 18!”, wat volgens ons neerkomt op tussend de 3 en de 6 km/h wat nogal een verschil maakt. Later krijgen we van hem nog de vraag „Hoe sturen jullie eigenlijk?” en als E. de vrouw vertelt dat ons motortje veel lawaai maakt dus dat je niks kan verstaan tijdens het sturen krijgt ze eerst verbaasd de vraag „Maar vaar jij dan ook!?” en dan „Oh ja jullie kunnen natuurlijk alleen binnen naast de motor sturen, dat is wel veel lawaai.” Een helmstok hebben ze kennelijk nog nooit gezien. Intussen behandelt de man ons enigszins neerbuigend als groentjes op vaargebied omdat we niet weten hoe hard de Waal bij Nijmegen stroomt. Een vreemde combinatie.
’s Avonds gebruik ik de gratis wifi van de jachthaven (die helaas niet tot ons bootje reikt, dus ik moet op een bankje naast de „capitainerie” zitten) om ons timelapse filmpje van de liften te uploaden. Het filmpje was erg schudderig geworden, dus ik heb het door een stabiliseerfilter gehaald. Het resultaat is iets beter te bekijken ondanks de soms wat rare vertekeningen langs de rand, maar ik moet er later nog maar eens aan sleutelen. Het filmpje verschijnt als het goed is op
Filmpje van de liften. (Helaas heeft youtube het filmpje om een of andere reden verwijderd).
 Naar de scheepsliften Terug Hoofdpagina De Maas